Wagner for Brass logo

recensies

  • Herman Jeurissen is erin geslaagd goed gekozen fragmenten uit de muziek van Wagner te arrangeren tot prachtige muziek voor koperensemble. NEOS Brass voert dit bijzonder kleurrijk en stijlvol uit. Een CD om vele malen met genoegen naar te luisteren.

    Friesch DagbladDoeke Dijkstra
  • This CD is truly excellent and highly recommended for any listeners interested in virtuosic brass artistry, exemplary brass arranging, or for anyone who just loves Wagner.

    The Horn Call
  • "To start with, the ensemble is remarkable." "This is not merely a novelty recording or an attenuation of the fanfares at Bayreuth.  It is a responsible inquiry into the intersection of the composer and this family of instruments, as well as a testament to Herman Jeurissen’s very substantial musicianship."

    The Wagner Blog
Wagner for Brass
TracklistMusiciCD

CD – Wagner for Brass

 12,50

Op deze CD staan nog niet eerder opgenomen arrangementen van de hand van Herman Jeurissen. De symfonische koperklank die zo rijk aanwezig is in de muziek van Richard Wagner is overweldigend en fantastisch gearrangeerd voor koperensemble.

SKU: 789490614737. Categorie: . Tags: , .

Productbeschrijving

Richard Wagner werd op 22 mei 1813 geboren in Leipzig. In dezelfde tijd experimenteerden een paar honderd kilometer oostwaarts in het Duits-Silezische Pless de hoornisten Friedrich Blühmel (1777-1845) en Heinrich Stölzel (1777-1844) met de eerste ventielhoorns. Een paar jaar later, in 1816 vroegen zij samen patent op hun vinding aan. De uitvinding van de ventielen maakte een homogeen sonoor, virtuoos chromatisch spel op alle koperen blaasinstrumenten mogelijk.

In 1853 bezocht Wagner in Parijs de werkplaats van de Belgisch-Franse instrumentenbouwer Adolphe Sax (1814-1893), de uitvinder van de saxofoon. Sax bracht uniformiteit aan in de vele destijds in omloop zijnde koperinstrumenten. Bugels, bashoorns, clavicors en bombardons verenigde hij in één homogeen klinkende familie van saxhoorns. Daarnaast ontwierp hij een serie helder klinkende saxotromba’s. Wagner was zeer onder de indruk van de registerachtige opbouw van Sax’ instrumentarium en wilde aanvankelijk  diens instrumenten zelfs opnemen in de vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen (1854-1874). Uiteindelijk verving hij de saxhoorns door de speciaal voor de Ring gebouwde Wagnertuba’s en wisselde de saxotromba in Es in voor de bastrompet. In deze operatetralogie vervult de kopersectie een hoofdrol in het orkest.

Reeds tijdens Wagners leven werden de hoogtepunten uit diens opera’s gearrangeerd voor allerlei instrumentale bezettingen. Met name de bewerkingen voor blaasorkest, van cavallerieorkest (koperblazers en pauken) tot volledig harmonieorkest, hebben sterk bijgedragen tot de popularisering van Wagners composities.

In de reconstructies en arrangementen op de CD is de originele koperbezetting gehandhaafd. De Wagnertranscripties zijn gezet voor het moderne symfonische koperensemble, pauken en slagwerk met hier en daar soli voor bugel en euphonium.

Musici:

dirigent: Herman Jeurissen

trompet: Sven Berkelmans, Jeroen Botma, Frank Braafhart, Jeroen Schippers, Huub Versteegen
hoorn: Pierre Buizer, Wim van den Haak**, Kirsten Jeurissen, Rob van de Laar**, Margreet Mulder**, Irene Schippers-Kruik, Jose Luis Sogorb Jover**
trombone: Victor Belmonte Albert, Jaume Gavilan Agullo, Rommert Groenhof, Frank Kramer
euphonium: Robbert Vos
tuba: Harm Vuijk
percussie: Jelmer Tichelaar, Gerda Tuinstra

* ook flugelhorn; ** ook Wagnertuba

transcripties & arrangementen: Herman Jeurissen

Extra informatie

Gewicht 85 g
Afmetingen 14 x 12 x 0.8 cm

Uitgebreide toelichting

Richard Wagner werd op 22 mei 1813 geboren in Leipzig. In dezelfde tijd experimenteerden een paar honderd kilometer oostwaarts in het Duits-Silezische Pless (tegenwoordig Pszczyna, Polen) de hoornisten Friedrich Blühmel (1777-1845) en Heinrich Stoelzel (1777-1844) met de eerste ventielhoorns. Een paar jaar later, in 1816 vroegen zij samen patent op hun vinding aan. De uitvinding van de ventielen maakte een homogeen sonoor, virtuoos chromatisch spel op alle koperen blaasinstrumenten mogelijk. Op instigatie van de Berlijnse militaire kapelmeester Wilhelm Wieprecht (1802-1872) speelden 10 jaar later de militaire kapellen in Berlijn al op allerlei ventielinstrumenten. Niet alleen hoorns, maar ook trompetten, bugels en bashoorns en zelfs de in zijn soort reeds perfecte schuiftrombones werden van ventielen voorzien.

De invoering van de qua toonkwaliteit nog vaak inferieure  ventielinstrumenten in het symfonieorkest verliep echter veel en veel trager. Johannes Brahms (1833-1897) bestempelde de ventielhoorn zelfs als een “Blechbratsche” en zou zijn leven lang de voorkeur geven aan de natuurhoorn. Vooruitstrevende componisten als Giacomo Meyerbeer en Hector Berlioz introduceerden de ventielinstrumenten echter al rond 1830 in het orkest en gaven een voor die tijd ongehoorde rol aan het koper. In hun opera’s marcheren zelfs volledige fanfare orkesten over het podium. Maar het was Richard Wagner die zou zorgen voor de volledige emancipatie van de kopersectie in het symfonieorkest.

Vanaf zijn eerste grote opera Rienzi (1840) kent hij de koperblazers een belangrijke rol toe in het orkest. In Lohengrin (1846-48) weerklinkt voortdurend trompetgeschal: het kondigt de komst van de koning aan en begeleidt ook de overwinningen die Lohengrin ten deel vallen. Opmerkelijk is het koningsgebed dat wordt begeleid door ventieltrompetten, -hoorns, trombones en bastuba. De instrumentatie verwijst naar het “Posaunenchor”, het koperensemble dat de gemeentezang in de Duitse evangelische kerken opluistert en in die zin vergelijkbaar is met de brassband van het Engelse Leger des Heils.

In 1853 bezocht Wagner in Parijs de werkplaats van de Belgisch-Franse instrumentenbouwer Adolphe Sax (1814-1893), de uitvinder van de saxofoon. Sax bracht uniformiteit aan in de vele destijds in omloop zijnde koperinstrumenten. Bugels, bashoorns, clavicors en bombardons verenigde hij in één homogeen klinkende familie van saxhoorns. Daarnaast ontwierp hij een serie helder klinkende saxotromba’s. Wagner was zeer onder de indruk van de registerachtige opbouw van Sax’ instrumentarium en wilde aanvankelijk diens instrumenten zelfs opnemen in de vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen  (1854-1874). Uiteindelijk verving hij de saxhoorns door de speciaal voor de Ring gebouwde Wagnertuba’s en wisselde de saxotromba in Es in voor de bastrompet. In deze operatetralogie nu vervult de kopersectie een hoofdrol in het orkest. Bood in de klassieke instrumentatie het koper vooral een ritmische, harmonische en dynamische ondersteuning van het strijkorkest, in de Ring zijn de rollen veelvuldig omgedraaid: strijkers en houtblazers ondersteunen met figuraties, tremolo’s en arpeggio’s het eigenlijke muzikale gebeuren in  het volledig uitgebouwde koperregister. In de originele partituur van Die Walküre (1854-56), de tweede opera van de Ringcyclus, worden het Walhalla-, het speer-en het zwaard motief, Siegmunds en Hundings thema, en niet te vergeten de aankondiging van Siegmunds dood allemaal door het koper voorgedragen. Ook in Die Meistersinger von Nürnberg (1866-67) vervult de kopersectie een cruciale rol in het orkest. In Wagners laatste semireligieuze opera Parsifal (1877-82) neemt het koperregister min of meer de plaats van het orgel in.

Reeds tijdens Wagners leven werden de hoogte- punten uit diens opera’s gearrangeerd voor aller- lei instrumentale bezettingen. Met name de bewerkingen voor blaasorkest – van cavallerieorkest- (koperblazers en pauken) tot volledig harmonie- orkest – hebben sterk bijgedragen tot de popularisering van Wagners composities. Wagner zelfschreef nauwelijks instrumentale muziek en de meeste van deze werken hebben een nauwe relatie tot zijn opera-oeuvre. Het Albumblad Ankunft bei den schwarzen Schwänen (1861) is gebaseerd op de slotfrase “Sei mir gegrüßt” van Elisabeths grote aria uit – Tannhäuser  (1843/45). De componist droeg deze korte pianocompositie op aan de gravin von Pourtalès, de vrouw van de Pruisische consul in Parijs als dank voor het gastvrije onthaal in de Franse hoofdstad.- De titel verwijst niet naar de zwanenridder Lohengrin, maar naar de vijver met de zwarte zwanen in de tuin van de ambassade. De Sonate in As gr. t.  (1853) kan men beschouwen als een voorstudie op de Ringcyclus. Wagner droeg het werk op aan zijn platonische (?) geliefde Mathilde Wesendonck en schreef daarbij het volgende bijschrift: “Wisst ihr wie das wird?” Deze tekst citeert de beginscène van Die Götterdämmerung, waar de Nornen de uiteindelijke wereldondergang voorspellen. Het hoofdthemavan de sonate is een variant in majeur (!) van het zogenaamde Todesverkündungs-Motiv”, dat de profetie van de Nornen begeleidt. In Die Walküre- klinkt dit thema voor het eerst; het tweede sonatethema anticipeert op het liefdesthema aan het begin van Die Walküre. Het was voor mij een reden om deze pianosonate voor koperblazers te instrumenteren en zo een verbinding leggen met mijn Walküre Parafrase voor koperensemble.

Het Adagio uit Anton Bruckners zevende- symfonie kan men beschouwen als een hommage aan Richard Wagner. Tijdens het componeren had- Bruckner voortdurend een voorgevoel van Wagners aanstaande dood. Bij het schrijven van het triomfale hoogtepunt in C-groot kreeg hij het bericht van Wagners overlijden op 12 februari- 1883 in Venetië; direct daarop schreef hij de epiloog met de treurmuziek. “Twee paar tenor- en bastuba’s en een contrabastuba graven een diep- donker graf, waarin men met een zekere wellustige huiver gluurt”, schreef de altijd sceptische Weense recensent Max Kalbeck. Op zijn beurt bewerkte Bruckners leerling Ferdinand Löwedeze muziek voor koperensemble ter gelegenheid- van Bruckners uitvaartdienst in de Weense Karlskirche op 14  oktober 1896. Het arrangement is niet overgeleverd, maar uit de beschrijvingen van- tijdgenoten weten we deze versie het begin, de climax en de eigenlijke treurmuziek bevatte. Löwe- veranderde voor de gelegenheid het originele berustende slot en sloot het werk af in mineur, hij transformeerde aldus de Wagner-hommage ineen in memoriam Anton Bruckner.

In mijn reconstructie heb ik de originele koperbezetting overgenomen. Mijn Wagner- transcripties zijn gezet voor het moderne symfonische koperensemble, pauken en slagwerk met hier en daar soli voor bugel en euphonium (resp.de sopraan- en baritonsaxhoorn van A. Sax). De vaak nogal primitief gezette 19de-eeuwse bewerkingen voor “Blechharmonie” zijn nauwelijks bruikbaar. Hoorns en trombones zijn onmisbaar in Wagners kleurenpalet, maar ontbreken in de bezetting van het 19de-eeuwse cavalleriekorps:- ventielhoorns en schuiftrombones zijn onbespeelbaar te paard.



Buy cheap Viagra online

ALL PRODUCTS

Contact

U kunt hier een bericht achterlaten voor NEOS Brass.

Niet leesbaar? Verander tekst. captcha txt